24 juni 2022

Invoering nieuwe Omgevingswet: zijn de risico’s te groot?

Het Kabinet wil (nog steeds) op 1 januari 2023 de Omgevingswet van kracht laten gaan. Vanaf dan gelden er nieuwe regels voor ruimtelijke ontwikkeling.

Vanuit diverse hoeken komen echter steeds meer geluiden dat het niet het juiste moment is om de wet in te voeren omdat de risico’s te groot zijn.

Ook al zou de wet opnieuw uitgesteld worden, toch biedt het kansen om nu al bezig te zijn met wat de nieuwe regelgeving inhoudt en wat de wet straks betekent voor jouw project.  

Vertraging van de bouw

Doel van de nieuwe Omgevingswet is dat het makkelijker wordt om bouwprojecten te starten. Toch zijn er zorgen, want het invoeren van nieuwe wetgeving vraagt veel tijd. Procedures en uitgangspunten zijn echt anders dan in het huidige Bouwbesluit. Iedereen moet wennen aan de nieuwe regelgeving. En omdat nog niet alle software klaarstaat, is een goede voorbereiding op de komst van de nieuwe wet lastig.

Daarom zal de komst van de Omgevingswet in eerste instantie zeker geen versnelling opleveren van de bouw, maar eerder een vertraging. Terwijl er op dit moment al flink getrokken wordt aan bestuurders en bouwers door de woningnood, de klimaat- en stikstofcrisis en de energietransitie. Daardoor brengt de invoering van de wet (extra) risico’s met zich mee.

Ferdi de Nooij, adviseur SY-NERGY: ‘Alle omgevingsregels bij elkaar gebracht in één wet, betekent een gigantische transitie, naast alle andere uitdagingen die we momenteel ondervinden.’

Ook de Raad van State erkent deze risico’s in Cobouw. Lees hieronder een deel van het artikel. En de Eerste Kamer steunt de invoering op 1 januari, maar wel met een boel mitsen en maren. Lees het artikel in Cobouw.

Meer weten over de gevolgen van de Omgevingswet voor uw vastgoed? Of hoe u op de hoogte blijft van de wet- en regelgeving omtrent gebouwonderhoud? Praat eens met één van onze adviseurs.

Artikel in Cobouw, juni 2022

auteur: onderzoeksjournalist Thomas van Belzen

Raad van State: ‘Geen enkele wet versnelt bouwprocedures, Omgevingswet nu invoeren risicovol’

Het aantal bezwaren tegen bouwplannen blijft fors toenemen. Dat zeggen twee juridische topexperts van de Raad van State in een exclusief interview met Cobouw. Ze twijfelen aan het nut van nieuwe wetgeving, zoals minister De Jonge nastreeft, en pleiten voor drastische maatregelen. “Misschien moet je wel minder bouwen in het Westen. Daarnaast is invoering van de Omgevingswet ongelukkig in een tijd van grote bouwopgaven.”

Kneuterdijk 22. Hartje Den Haag. Op steenworp afstand van het Binnenhof behandelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State elk jaar ruim tweeduizend bezwaren tegen bouwplannen. Afgelopen jaar dacht de hoogste bestuursrechter op 2200 uit te komen. Het werden er 2741, ruim 25 procent meer.

“We werden daardoor overvallen”, zeggen Bart Jan van Ettekoven, voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak, en Rosa Uylenburg, staatsraad (rechter) en voorzitter van de Omgevingskamer, op een doordeweekse ochtend in mei. “Waar het toe leidt? Vertraging. Dat vinden wij afschuwelijk. Als uitspraken in bouwzaken langer op zich laten wachten heeft dat direct gevolg voor bouwers en eigenlijk alle betrokkenen.”

Zet die groei door?
“Ja. Dit jaar gaan we uit van 2800 zaken. Eind april zaten we echter al ruim tien procent boven die prognose. Ter vergelijking: lange tijd zaten we op aantallen van tussen de 1500 en 1800 bouwzaken per jaar.”

Waar komt die toename van het aantal bezwaren tegen bouwplannen vandaan?
“Er is niet één duidelijke reden. Het betreft zaken uit het hele land tegen uiteenlopende bouwprojecten, van woningen tot aan windturbines tot wegenbouwprojecten.”

Worden mensen mondiger?
“Dat zou gissen zijn. Wat vaststaat, is dat er veel wordt gebouwd in een vol land. Als er nu woningbouw plaatsvindt, is dat vaak op het stukje groen, waar iedereen zo lang en leuk op uitkeek. Tot nu toe werd dat veldje ontzien. Nu gaan we er wel bouwen. Dat raakt mensen. Projecten worden ook ingewikkelder. Windmolen- en zonneparken hebben bijvoorbeeld behoorlijke impact op de leefomgeving van mensen.”

Zijn er tijdens zittingen meer emoties?
“Omgevingsrecht gaat over het verdelen van schaarse ruimte. Mensen willen niet dat hun omgeving wijzigt. In de rechtszaal zien we dat bezwaarmakers heviger reageren. Ze vinden eerder dat hen onrecht is aangedaan. Dat komt mede door een toegenomen gebrek aan vertrouwen in de overheid als gevolg van onder meer de Toeslagenaffaire. Waar het om gaat is dat iedereen het recht om tegen bouwplannen te ageren. Overheden maken geregeld fouten. Procedurele, maar ook inhoudelijke.”

Welke fouten worden er het meest gemaakt in bouwplannen?
“Hoe groter het project, hoe complexer het wordt en hoe groter de kans is op fouten. Het is ook maar net wie je tegenover je hebt. Als je drie doorgewinterde advocaten op het omgevingsrecht zet, is de kans behoorlijk groot dat ze een foutje in een plan of vergunning vinden.”

Als je maar lang genoeg zoekt, vind je altijd wel een fout, zuchten bouwers…
“Dat klopt ergens wel. Het omgevingsrecht is nou eenmaal buitengewoon complex. Bij een beetje groot project, is het bijna raar als alles daar helemaal goed gaat. Wat overigens niet betekent dat een project bij elke fout direct wordt afgeblazen. Er zijn reparatiemogelijkheden.”

Andersom: is de gang naar de Raad van State niet te makkelijk?
Uylenburg: “Ik denk het niet. Besturen zijn machtig. Burgers moeten ergens hun gelijk kunnen halen. Rechtsbescherming is een groot goed. Het antwoord is dus nee. Prachtig dat het kan.”

Dat het aantal bezwaren toeneemt is toch opvallend. Heeft de Crisis- en herstelwet, die voor kortere procedures staat, Nederland dan niets opgeleverd? 
“Het zou eigenlijk een tijdelijke wet zijn om de economie vlot te trekken met snellere procedures voor bepaalde bouwprojecten: binnen zes maanden uitspraak in plaats van twaalf maanden. Vijftien jaar later bestaat de wet echter nog steeds en het probleem is dat er steeds meer categorieën bouwzaken zijn bijgekomen. Daardoor wordt het voorrang geven aan deze zaken steeds moeilijker: als alles voorrang heeft, heeft niks meer voorrang.”

Wat is daar het gevolg van?
“Dat we in een groot deel van de Crisis- en herstelwetgevallen de termijn van zes maanden niet halen. Ook omdat we een capaciteitsprobleem hebben. Met man en macht proberen we juristen te werven, maar de arbeidsmarkt is krap. En dus is het onvermijdelijk dat zaken langer blijven liggen. Dat vinden we afschuwelijk natuurlijk. De gemiddelde doorlooptijd van omgevingszaken loopt op van 39 weken in 2020 tot 43 weken in 2021. Bij grote, ingewikkelde Crisis- en herstelwetzaken, zoals windmolenparken of infrastructurele projecten lukt het – zelfs als we wel genoeg mensen hebben – niet altijd om zaken binnen de vereiste zes maanden af te ronden.”

Hoe groot is dit probleem?
“Het is een maatschappelijk probleem. Het is vervelend dat je in plaats van zes maanden nu soms een jaar moet wachten op een uitspraak. Dat kost geld, heeft invloed op levertijden en contracten die zijn afgesloten komen daardoor onder druk te staan. Dat horen wij ook bij zogenoemde voorlopige voorzieningen (spoedprocedures, red.). ‘We zitten met de kosten, we hebben het zo begroot, als we dan pas kunnen beginnen wordt het veel duurder’, zeggen bouwers tegen ons. Ook voor mensen die langer moeten wachten op hun woning is het vervelend. Bij windparken is tijd juist een belangrijke factor in verband met subsidietermijnen die dreigen te verstrijken. Wij zijn er voor de maatschappij. Om zekerheid te bieden of een bouwproject kan doorgaan of niet. Langere procedures dragen bij aan onzekerheid. Daarom vinden wij dat naar. Maar we doen ons uiterste best om zaken zo snel als mogelijk en toch zorgvuldig af te doen.”

De druk op de Raad van State blijft toenemen. Zijn jullie tegen de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2023?
 “Ook dat is een politieke keuze, maar hier past wel een waarschuwing. Het invoeren van nieuwe wetgeving betekent voor de Raad van State dat we de eerste vijf jaar veel tijd kwijt zijn om de nieuwe wetgeving uit te leggen. We zullen veel meer andere en nieuwe vragen moeten beantwoorden die we anders niet zouden hebben. Bestuursorganen en bouwers zullen er aan moeten wennen. Elke nieuwe wet leidt tot extra werk en het zal jaren kosten voordat de noodzakelijke piketpalen zijn geslagen en de bouwpraktijk weet hoe met de nieuwe wetgeving moet worden omgegaan. Dat is ongelukkig in een tijd van grote bouwopgaven.”

De Omgevingswet moet het leven eenvoudiger en beter maken toch?
“Vergis je niet. De Omgevingswet is met alle lagere wetgeving die erbij hoort van een gigantische omvang. Alle omgevingsregels worden bij elkaar gebracht. Het is een project dat vergelijkbaar is met de invoering van het Burgerlijk Wetboek. Als je alle bepalingen bij elkaar optelt, is het ‘boekwerk’ ook niet dunner dan op dit moment.”

Moet de minister wachten met invoeren van de Omgevingswet?
“Dat hoor je ons niet zeggen. Wij zeggen alleen dat het risicovol is. Als waarschuwing in tijden van woningnood, een klimaat- en stikstofcrisis en een energietransitie, waarin veel bouwwerken gerealiseerd moeten worden. Deels zal de invoering leiden tot vertraging van de procedures. Besluiten zullen vernietigd worden, omdat er fouten bij de toepassing van de nieuwe regels worden gemaakt die met de huidige procedureregels waarschijnlijk niet worden gemaakt.”

Is het eigenlijk winst dat er weer een minister van Wonen en Ruimtelijke Ordening is?
“Regie en doorzettingsmacht vanuit het Rijk kan helpen, zeker bij besluiten over bedrijventerreinen. Het beleid daarvoor is momenteel te versnipperd in Nederland. Zijn komst kan ook uitkomst bieden bij het aanwijzen van grootschalige woningbouwlocaties. Maar het zegt nog niets over de kwaliteit van de besluitvorming. Op voorhand leidt zijn komst niet tot minder zaken bij de Raad van State. Misschien juist wel het tegendeel.”

Kan de minister voor versnelling zorgen?
“Onze boodschap is: investeer aan de voorkant. Hoe ga je met belangen van omwonenden om, heb je ze naar ze geluisterd? Nog te vaak ervaren wij dat het niet zo is. ‘Nu kan ik mijn inrit niet gebruiken’, zeggen ze tijdens zittingen. Dan denken wij: waarom is daar niet eerder over gesproken en waarom is dat niet allang opgelost? Had die weg net iets anders aangelegd. Dit houdt het hele project op, terwijl de oplossing voor het oprapen ligt. Gemeenten en andere overheden kunnen een voorbeeld nemen aan Rijkswaterstaat. Bij dijkverhogingen zeiden ze vroeger: wij zorgen voor de veiligheid en we hoeven dus met niemand in die dijkhuisjes te praten. Wij zagen dan vervolgens dat iedereen in bezwaar kwam tegen die dijkversterkingsprojecten. Tegenwoordig sturen ze eerst een projectmanager het land in om met iedereen te praten: ‘U begrijpt het publieke doel, wij willen allemaal droge voeten houden.’ Dat werkt goed. Luisteren en helpen aan de voorkant zorgt er voor dat burgers zich gehoord voelen en voor minder zaken bij de Raad van State. En de zaken die overblijven, zijn overzichtelijker. Soms is het geld. Soms een andere inrit, soms een verhuisvergoeding. Investeer daar in. Dat scheelt ontzettend veel tijd en onnodige frustratie.”

Hoe gaat het aantal bezwaren tegen bouwplannen wel omlaag?
“Zorg voor betere bouwplannen. En help elkaar. Investeer aan de voorkant meer in de kwaliteit van plannen. Als ze deugen, is er voor ons geen reden er een streep door te halen en kan het land door met bouwen. Gemeenten, provincies en waterschappen kunnen aan de voorkant vertraging voorkomen. Soms krijgen ze al hulp van advocaten van ontwikkelaars en bouwers die daarin getraind zijn. Veel fouten die we tegenkomen hadden voorkomen kunnen worden.”

Onnodig veel bezwaren komen bij jullie terecht?
“In feite wel. Overheden hebben de gelegenheid om binnen een maand met verweer op de ingediende bezwaren te komen. Vaak krijgen we die echter pas maanden later, vlak voor de zitting. Kom je er dan achter dat een fout te repareren is, ben je te laat en is vertraging onvermijdelijk. Daar zit een deel van de winst. Gemeenten moeten dus sneller aan het werk en bouwers kunnen daarbij helpen. Neem bezwaren van burgers op tijd serieus. “Het is voor het eerst dat er echt naar ons geluisterd wordt”, zeggen mensen bij grote zaken, zoals bij windmolenparken, in de zaal. Treurig toch?”

Lees het hele artikel: Cobouw.

Samenwerken?

We geloven dat vertrouwen de basis is om samen resultaten te bereiken. Vertrouwen begint met elkaar leren kennen. Graag komen we met je in contact.

013 – 578 44 33